Murphy’s Law

4 min.
Murphy's Law

“Anything that can go wrong will go wrong”. Wijze woorden van Edward A. Murphy, een Amerikaans ruimtevaartingenieur met een geheel eigen kijk op de wereld. Hij werkte mee aan het Apollo-project, en stond mede aan de basis van de ontwikkeling van de AH-64 Apache aanvalshelikopter. Geen dom mannetje dus!

Hij (Murphy) bedoelde letterlijk “als er een manier is waarop ze het verkeerd kúnnen doen, zúllen ze het doen“; niets meer of minder dan de definitie van een rasechte kutdag. Mooier kan ik het echt niet maken. En ja, ook ik krijg af en toe met deze onverbiddelijke wet te maken, en natuurlijk altijd op de momenten dat het echt niet uitkomt.

Afgelopen vrijdag was mijn Murphy-dag. Om te beginnen vroor het. Slecht voor mijn tuin, en uiteraard bevroren autoruiten. Normaal gesproken nooit een probleem, maar ik moest vroeg op vanwege mijn vierwekelijks infuus in Nieuwegein. Dus al begonnen met een beetje vertraging, maar het was onderweg relatief rustig zodat ik zonder oponthoud in het St Antoniusziekenhuis aankwam.

Aangekomen op de dagbehandeling werd ik meteen opgevangen en in een infuusstoel gezet, bij de rest van mijn gebruikelijke clubje bralapen uit Twente en Brabant. Murphy was met me meegereisd, want het aanprikken verliep, nou ja, niet echt prettig. De verpleegkundige (7 maanden zwanger, sterkte Hanneke!) kon hem niet vinden deze keer. Een goede ader bedoel ik, want de 1e keer in de onderarm kwam er geen druppel (maar deed wel verdomd zeer). Op mijn aanwijzing toch maar in de hand, want daar zat die naald meestal in.

Kennelijk hebben de meeste mensen en verpleegkundigen het niet zo op het aanleggen van een infuus in de hand, maar ik heb, na inmiddels 50 infusen ervaren dat dit de voor mij minst belastende plaats is. Afijn, het inprikken ging mis, maar eigenlijk durfde ze niet door te prikken vanwege de weerstand. Heel zachtjes zei ik tegen haar “duw nu maar door, dat is littekenweefsel, ik weet hoe dat voelt”, waarop ze met de nodige weerzin toch maar doorging. Et voilà, er kwam inderdaad bloed…

Eind goed, al goed zou je denken, Murphy was weer vertrokken en ik kon rustig gaan bijtanken. Mis dus. Murphy had besloten de boel in de ziekenhuisapotheek maar eens op stelten te gaan zetten, want mijn Flixabi infuusvloeistof was… weg? Onvindbaar? Niet aangemaakt dus! Om het allemaal extra lastig te maken is de Flixabi inmiddels vervangen door een goedkopere variant (Zessly genaamd). Maar dat wist ik nog niet, en de verpleegkundigen dus ook niet kennelijk. Na heel wat heen en weer gebel met de apotheek en mijn behandelend arts werd het uiteindelijk toch geregeld, maar wel anderhalf uur te laat. Bedankt Edward!

Toen de zak met vloeistof eindelijk aan mijn standaard werd gehangen zag ik direct dat er iets niet klopte. Die zak zat namelijk nogal vol; waar ik normaal gesproken in totaal iets van 350ml in zo’n zak had dat met 230ml per uur doorloopt, zag ik nu 553ml (en de naam “Zessly“) op de zak staan. Om me nu niet nog een uur langer aan de slang te moeten laten hangen vanwege de vertraging werd de pomp op 390ml per uur gezet, zodat het ongeveer 100 minuten zou duren. En dat was te merken! Een “hogedruk infuus” maakt duizelig en je hand koud. Maar het ging, dus rustig afwachten.

Vier uur nadat ik plaatsnam in de stoel stond ik weer op. Net als bij mijn allereerste infuus was ik gebroken, want vier uur in zo’n stoel is best wel heftig. Ik moest dus wel even bijkomen, maar toch met een goed gevoel (en de nodige excuses van het afdelingspersoneel) in de auto gestapt en huiswaarts gereden. Heelhuids, maar wel laat aangekomen dacht ik Murphy te slim af geweest te zijn door hem lekker in Nieuwegein te laten, maar helaas, met het inladen van de rolstoel was hij kennelijk toch stiekem meegekomen.

Want ‘s-avonds kwam de klap: hoofdpijn tot op migraine level. Zoiets heb ik eigenlijk nooit, en kan er evenmin tegen. Dan maar aan de Paracetamol om het ergste te drukken. Die koppijn heb ik nu nog steeds, hoewel het goed dragelijk is. Het is wel vreemd, want het begon bovenop, en op het toppunt lag het centrum net achter mijn linkeroog. Nu is die aan de wandel gegaan, en heeft zich achter mijn rechter wenkbrauw genesteld. Ach ja, nog een keertje een goede nacht slapen, dan ben ik er wel weer vanaf.

Murphy wil ik liever voorlopig niet meer tegenkomen. Ik ben wel een beetje klaar met die man; hij heeft voldoende bewezen dat zijn wetten, ook na bijna 100 jaar nog steeds gelden. Zo’n beetje als de Einstein-theorieën, maar dan wat vervelender…

Murphys laws wallpaper

Wat vind je van dit verhaal? Leuk om te weten!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: