Vier jaar

⏱ Leestijd: 4 minuten.
Vier jaar

Vier jaar zit ik er aan vast, maar dat vind ik helemaal niet erg. Vrijwillig en met veel zin heb ik mijn ambtstermijn aanvaard…

Ruim anderhalf jaar geleden gaf ik het JA-woord aan de BNMO afdeling Noord-Brabant (zie blog https://vonjot.nl/een-bewuste-keuze/ van maart 2019). Sinds die dag ben ik als aspirant bestuurslid gaan opwerken om per 1 januari van dit jaar het Penningmeesterschap over te nemen (wat ik echter al in de praktijk op 1 juli vorig jaar heb gedaan, en nu dus al 15 maanden op functie acteer). Dan zou het nog maar een formaliteit zijn om mijzelf door de Algemene Ledenvergadering te laten benoemen als bestuurslid voor een periode van vier jaar.

En toen kwam COVID-19 om de hoek kijken. De ALV ging niet door, en de omstandigheden van het afgelopen halfjaar kent iedereen. Daar zal ik dus niet over uitwijden. In augustus hadden we een nieuwe datum voor ogen: 10 oktober, omdat we wettelijk wel verplicht waren om een ledenraadpleging te organiseren. En dat moest ook nog eens vóór 1 november. Na een nieuwe opstart van alle organisatorische elementen was de locatie weer geregeld (weliswaar in beperkte vorm vanwege de restricties), en werden de leden uitgenodigd.

Zoals te verwachten was de animo gering, maar in ieder geval voldoende om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen. Naast de reguliere organisatie hadden we al een plan gemaakt om de vergadering op alternatieve manier te realiseren, mocht Corona weer roet in het prakje roeren. Omdat de leden alle documenten via de uitnodigingsbrief hadden gekregen konden we in voorkomend geval uitwijken naar een telefonische toelichting, en een vijftal vragen die moesten worden beantwoord in plaats van de reguliere hoofdelijke stemming. Waarna de deelnemers allemaal een bevestigingsmail zouden moeten terugsturen, zodat alles ook keurig zwart op wit zou staan.

We zagen de bui al hangen toen de heren Rutte en De Jonge plotseling weer aantraden voor een persconferentie. Met een (helaas voorziene) aanscherping van de maatregelen, waardoor wij ons genoodzaakt voelden onze verantwoordelijkheid jegens de leden te nemen en ten tweede male de vergadering te annuleren. En dus gebruik moesten maken van het gelukkig voorhanden zijnde draaiboek voor de alternatieve afwikkeling en noodzakelijke stemming.

Behoudens twee onthoudingen werd mijn voordracht unaniem ondersteund, en maak ik dus de komende vier jaar als penningmeester deel uit van het afdelingsbestuur. En ik vind dat echt leuk! Ik kan doen waar ik goed in ben (en ook veel ervaring in heb), waardoor het mij in verhouding niet heel veel moeite kost om de boel op een relatief professionele wijze bij te houden. De eindverantwoording ligt op het centraal hoofdkantoor, die dan ook de tussentijdse controles en rapportages voor hun rekening nemen.

Wat ik wat minder vind: sinds een paar maanden heb ik de rol van waarnemend afdelingsvoorzitter op mij moeten nemen. Vanwege het om persoonlijke redenen aftreden van deze functionaris (die we gelukkig nog wel voor een algemene bestuursfunctie hebben kunnen behouden) moest iemand de kar trekken totdat iemand zich zou opwerpen het voorzitterschap fulltime te gaan oppakken. Gezien mijn bestuurlijke ervaring, en het feit dat ik niet bang ben mijn mond open te trekken (niet altijd even politiek correct, maar dat boeit niet) was ik wel de aangewezen persoon om dit te doen. Maar dan als plaatsvervangend waarnemend voorzitter ad interim, want ik was op dat moment nog steeds “maar” aspirant bestuurslid.

Nu is het wat makkelijker geworden. Als volwaardig bestuurslid heb ik het volledig mandaat, en niet geheel onbelangrijk ook stemrecht in de centrale overleggen. Ik mag nu namens de gehele afdeling spreken en acteren, uiteraard in het belang van de leden. Maar leuk vinden doe ik het nou niet, want er komt veel te veel (al dan niet tactisch) politiek bij kijken om het als grootste afdeling van Nederland, tussen nog 9 andere goed te doen voor de eigen achterban. Ik ben niet van de dubbele agenda’s, en zeg dus tegen iedereen hetzelfde. Voor mij heel makkelijk, voor anderen vaak erg ongemakkelijk. Coalitievorming doe ik ook niet aan, tenzij het past in de afspraken die gemaakt zijn. Ik ben wat dat betreft iets teveel militair ben ik bang.

Hoe dan ook: ik wil en moet daar zo snel mogelijk van af. Ik kan (en wil) geen twee petten op hebben binnen een bestuur van zes personen. Dat is in mijn situatie net iets teveel van het goede. Het mag niet ten koste gaan van de financiële precisie, maar in crisistijd moet je wel flexibel kunnen zijn en buiten je comfortzone durven gaan in het algemeen belang. En ook daar ben ik niet bang voor. Ik ben een simpel mens, groot geworden met het motto “als het goed is, is het goed“. Waardoor ik mezelf direct al gediskwalificeerd heb om een goed voorzitter te kunnen zijn. Ik doe mijn best… In ieder geval de komende vier jaar.

Vier jaar 1

Eén reactie

Wat vind je van dit verhaal? Leuk om te weten!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zoom
QR-code

Deze website gebruikt cookies. Door op OK te klikken ga je hiermee akkoord.