Volgende halte

7 min.
Volgende halte

Als ik al dacht dat ik er was… Fout, we gaan door naar de volgende halte: de Eerste Harthulp. Natuurlijk weer op zondagavond, want dat moest mijn vrouw een paar maanden geleden ook zo doen. En waarom zij wel, en ik niet tenslotte? We doen echt alles samen…


Gelukkig ben ik nog (weer) in staat hier weer de nodige shit te schrijven. Want het ging vorige week helemaal, en totaal onverwacht out-of-the-blue compleet mis. Tijdens de Formule-1 race in Miami, net 20 minuten bezig, kreeg ik het benauwd, gevolgd door een verschrikkelijke pijn in mijn borst. Zo heftig, dat had ik nog nooit eerder gevoeld. Terwijl ik de zondag daarvoor al wel twee ‘waarschuwinkjes’ had gehad; die deed ik echter af als een gevolg van de griep waarvan ik net herstellende was.

Mijn vrouw 112 gebeld, en binnen no time de ambulance voor de deur. Na een aantal (bekende) metingen werd ik wél direct meegenomen, want ik had een bijzonder onregelmatig kloppend hart (later bleek dat Atrium c.q. boezemfibrileren te zijn). Op aanraden van beide ambulancebroeders bleef mijn vrouw thuis, in gezelschap van onze beste vrienden en jongste zoon die direct kwamen na haar hulproep. In die ambulance ging het langzaam iets beter, maar nog steeds niet goed. Ik werd dus in die toestand afgeleverd bij de Eerste Harthulp van mijn regionaal ziekenhuis in Helmond.

Mijn hart bleef aan het ‘klapperen’. Er werd al snel een plan de campagne opgesteld terwijl ik volledig bekabeld aan allerlei monitoren lag te wachten op de bloeduitslagen. Langzaam druppelden de uitslagen binnen; het leek allemaal mee te vallen, want de bekende indicatoren voor hartschade bleken gelukkig afwezig. Er bleken twee opties: het fibrileren onder controle krijgen middels medicatie via een infuus, of het hart even resetten (stilzetten) d.m.v. een elektroshock. Geen leuke keuze om te maken, maar ik gaf aan dat zij die keuze maar moesten maken. Want dit was echt niet fijn zo.

Volgende halte - Atrium (boezem) fibrileren. Beangstigend!

Terwijl de spoedarts wegliep kwam mijn hart spontaan geheel tot rust. Ik voelde de druk wegebben, en mijn hartslag was weer normaal alsof er niets was gebeurd. En dat zag de verpleegkundige ook op de monitoren, dus zij kwam al direct een nieuwe meting doen. En jawel, alles weer terug bij het oude. En toen kwam er ineens een derde optie in beeld: gewoon naar huis gaan met bètablokkers om de hartslag te controleren, en een afspraak met een cardioloog over twee weken om te kijken hoe nu verder te handelen. Zo gezegd, zo gedaan; spullen verzameld, vervoer geregeld en rustig naar de uitgang gewandeld. Het was inmiddels half twee in de nacht, maar ik voelde me echt goed. Volgende halte: THUIS!

Thuisgekomen nog wat nagepraat, en mijn lief getroost omdat ze alles wat nu gebeurde na haar eigen drama (lees maar vanaf deze blog) nog niet kon verwerken. Eindelijk, zo rond drie uur gingen we naar bed. Tijdens het ontbijt een paar uur later kreeg ze het ineens te kwaad, en barstte uit in een enorme huilbui. Uiteraard ging ik haar direct troosten, want het was niet om aan te horen. En toen ging het weer mis bij mij. Echt mis. Iets ‘greep mij bij de keel’ waardoor ik heel licht in het hoofd werd. Kennelijk sloeg ik op de tafel (ik herinner me dat nu pas zelf), en plofte in mijn bureaustoel omdat ik weer zo’n intense pijn op de borst kreeg. En deze keer bleek ik het bewustzijn te hebben verloren, hoewel ik dat zelf niet zo heb ervaren.

Mijn vrouw heeft me in het gezicht geslagen, geroepen en uiteindelijk een flinke ram op mijn borstbeen gegeven, waardoor ik toch wakker werd. Want ík dacht dat ik sliep, en vroeg me af waarom ze zo naar me schreeuwde… Komt me achteraf wel bekend voor zoals je in haar blogs kunt lezen. Ik was weer wakker, en belde zelf direct de Eerste Harthulp (dat hadden we bij mijn ontslag een paar uur eerder afgesproken).

Die me vervolgens de opdracht gaven direct te komen. Dus weer vervoer geregeld (Dank Arend!), en me daar gemeld. Volgende halte: Helmond – Eerste Harthulp. Weer aangesloten op de hartbewaking, en jawel, het ging weer niet zoals het zou moeten gaan. Deze keer kwam mijn vrouw wel mee om haar verhaal te kunnen vertellen, want ik “was er even niet bij”…

Afijn, nu het toch een structureel probleem leek te zijn ging met toch verder kijken. Er werd een katheterisatie gepland om te kijken of er geen verstopping zat in de kransslagaders die het hart van bloed (en dus zuurstof) moeten voorzien, want dat vermoeden had men inmiddels. Uiteraard werd ik vanaf dat moment scherp in de gaten gehouden en volgestopt met medicatie. Nu begon het wachten, en kon ik mijn zonden overdenken.

Ja, de griep was wel degelijk een factor, maar de maanden voorafgaand waren natuurlijk enorm stressvol. Niet zo vreemd als je je vrouw bijna verliest aan een longembolie, en je haar dan constant in de gaten moet houden en verzorgen. Wat ik overigens met heel veel liefde en plezier deed en weer doe! Intussen werd ik, voorzien van een telemetriekastje naar de volgende halte, de verpleegafdeling overgebracht.

Eind van die dag was het zover: ik werd naar de volgende halte gebracht voor de katheterisatie. Men probeerde dit via mijn rechterpols te doen, maar na negen mislukte prikpogingen besloot met dan toch maar de grote slagader in mijn rechterlies te gebruiken. Uiteraard ging dit wel direct (met letterlijk veel pijn en moeite), en kon men op zoek gaan naar ’the culprit’; de boosdoener die mijn leven probeerde te vergallen.

En toen… JEMIG, KIJK NOU! klonk het uit de mond van de cardioloog. De schrik sloeg me letterlijk om het hart, want dat klonk niet goed. Hij stelde me echter direct gerust: ik was één van de uitzonderingen met gespiegelde kransslagaders. Wat links zou moeten zitten zit bij mij rechts en vice versa. Dit is een aangeboren anomalie (geen afwijking), en kan verder geen kwaad.

Nadat ook zijn collega en de verpleegkundige zich even vergaapten aan dit zeldzame beeld werd al snel een vernauwing gevonden, en in een tweede slagader een vermoeden van. Het vervolg zou dan plaatsvinden in het Catharina Hartcentrum in Eindhoven, dé plaats in Nederland waar je dan heengaat. Een expertisecentrum op cardiologisch gebied, dus dat zit wel snor.

Voorzien van een bijzonder pijnlijk drukverband om de pols en in de lies werd ik teruggebracht naar de volgende halte: de afdeling, waar ik minimaal 6 uur moest blijven platliggen om de slagaders te laten genezen. Omdat het al zo laat was werd dit de volgende ochtend pas verwijderd.

Verder ging alles eigenlijk wel prima. De verzorging is echt TOP daar in Helmond; dit gaf een gevoel van rust en vertrouwen. Het eten is uitstekend en ruim voldoende, dus ook daarmee word je goed verzorgd. In de loop van de volgende dag kreeg ik te horen dat ik die donderdag al om 09:15 uur werd verwacht; ik zou worden opgehaald met een ambulance die me in Eindhoven zou afleveren. En als alles naar wens verloopt kan ik van daaruit naar huis. Dus ook daarvoor vervoer geregeld (Dank Arnold en Betty!), want mijn vrouw kan/wil (nog) niet in de nieuwe auto rijden.

Donderdag 12 mei. Vanwege grote drukte was de ambulance bijna een uur te laat, dus ik kwam al te laat bij de volgende halte in het Catharina ziekenhuis aan. Bleek gelukkig geen probleem; er waren inmiddels al drie spoedgevallen binnengebracht die voorrang hadden. Uiteindelijk werd ik om kwart over een opgehaald voor de dotterprocedure, want de vernauwing (b)leek toch wel de oorzaak van alle ellende te zijn.

En jawel, dat maakt een expertisecentrum zo bijzonder: zij kregen de katheter wél via de pols naar binnen (met de juiste ervaring en apparatuur werkt alles beter). Eerst werd de vernauwing aangepakt, waarbij een stent van bijna 4cm werd geplaatst om de boel open te houden. Vervolgens ging men naar de volgende slagader; deze bleek echter niet vernauwd, maar vanwege mijn “bijzondere” constructie bleek dit een normaal verschijnsel te zijn in mijn geval.

De boel werd afgesloten en opgeruimd, en met een soort opblaasbare band om mijn pols om de slagader dicht te drukken kon ik de komende uurtjes rustig wachten op het genezen van de wond bij de volgende halte: de Hartlounge; een relaxruimte om bij te komen. Om de zoveel tijd kwam er een verpleegkundige om wat lucht uit die band te halen. Tot de derde keer; na het aflaten van de lucht spoot het bloed er weer uit.

Maar goed dat die meiden dat vaak meemaken, want er was totaal geen paniek. Rustig kwam ze terug om er weer wat lucht in te pompen waardoor het bloeden stopte. Hierdoor duurde het totale proces wel zo’n anderhalf uur langer, maar uiteindelijk mocht ik vertrekken. Onze vrienden stonden al snel klaar, en brachten mij naar de volgende halte (en hopelijk voorlopig laatste): terug naar mijn eigen huis. Met de boodschap dat ik de volgende ochtend mocht douchen (werd ook wel tijd na 5 dagen) en me de komende dagen wat rustig moest houden.

Inmiddels zijn we 3 dagen verder, en ik voel me goed. Lekker geslapen, gedoucht en gegeten; gisteren ook de broodnodige boodschappen gedaan wat wellicht iets teveel was. Gisteravond nog even op bezoek bij vrienden, en weer snel naar huis. Het zal allemaal wel loslopen; hier weten we inmiddels allebei wat het is om met deze ellende te worden geconfronteerd. De een wat heftiger dan de ander, maar hoofdzaak: we hebben het beiden overleefd en kunnen weer gaan opbouwen naar een wat betere toekomst. We zijn allebei nog niet klaar met dit leven, en na alle (in)spanningen gaan we echt niet bij de pakken neerzitten. Zo zijn we niet. Vivir la vida, leve het leven!

1 reactie

    • mfleers op 15 mei 2022 om 17:59
    • Reageer

    Leve het leven, inderdaad. Sarco is lastig (understatement van het jaar), maar je hart moet het wel blijven doen. Gelukkig weten de artsen tegenwoordig veel meer dan vroeger, toen bestonden er domweg nog geen stents en was je aan de goden overgeleverd. Ik heb diverse zwagers die al jarenlang tevreden rondlopen met zo’n ding (of dingen) in hun lijf en dat gaat goed. Dus jouw aderen en hart hebben nu ook weer eindelijk “lucht”. Beterschap Rob!

Wat vind je van dit verhaal? Leuk om te weten!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: